is toegevoegd aan je favorieten.

De zedelijke toestand der Nederlandsche natie, op het einde der achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEDERLAND EREN, II. Boek 91

den en oprechten aart dezer Batten, die onder de Romeinen algemeen erkend, en in een fpreekwoord, een getuigenis der waarheid, hooglijk geprezen wordt; veel min willen wij in alle bijzonderheden aantoonen, hoe dit volk in vreede, in oorlog, en in al, om de woorden van den Dichter hooft te gebruiken, heeft uitgemunt.

Ook zullen wij de getuigenisfen hier niet herhaaien, welke vreemde en inlandfchc fchrijvers, in de voorgaande zestiende en zeventiende eeuwen, van de deugden der Nederlanderen hebben afgelegd. J. le francq van rerk-

hey heeft, in zijne natuurlijke hiflorie van Holland, strada, temple en anderen aangevoerd, en de Lezer, begeerig, om zich in den lof onzer voorvaderen te verlusten, zal daar zijne verlangens t'over kunnen voldoen. — Wij 'hebben dit te min nodig, om dat ieder weet, hoe de oprechtheid der Hollanders, de gulheid der Gelderfchen en bewooners der aangrenzende Land - provintiën, de rondheid der Zeeuwen , de edelaartige vrijheids - liefde der Friezen en hunne nabuuren, en de fpaarzame zuinigheid, gelijk ook de arbeidzame nijverheid der Nederlanderen in het algemeen, benevens verfcheiden andere volks - deugden, bij allen volmondig erkend en geroemd zijn.

Doch