is toegevoegd aan uw favorieten.

De zedelijke toestand der Nederlandsche natie, op het einde der achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43<> GODSDIENST.

deze lieden fombere denkbeelden van den Godsdienst, zoodat zij dien den kinderen enkel van eene donkere zijde leeren kennen, waar van dikwijls, gelijk wij in het voorgaande zeiden, in de eerfte kinderfchooltjens, reeds een begin gemaakt wordt door veele vroome fchoolvrouwen.

Het openbaar onderwijs in de predikatiën en katechizatiën is ook niet zeer gefchikt, tot uitbreiding van kundigheden; over het algemeen zijn de predikatiën, bij welke gezindheid ook, veel te methodiek ingericht, dan om het verftand van ongeöefenden te verlichten, het zij de ééne gezindheid meer leerftellige ftukken van het famenftel, het zij de andere meer de christelijke zedekunde behandelt, beide gefchiedt doorgaands te geleerd, en naar de regelen der fchoolen, zoo dat de gemeene man daar door geene duidelijke kundigheden verzamelt, dewijl het hem boven het bereik zijner vatbaarheden gaat -— En veele leeraars onder alle gezindheden prediken of zich zeiven, of de mecningen van hunne gezindheden, of hunne bijzondere opvattingen; hoe weinigen zuiver christus en

het Eiïdngeli! •

Het tot hier toe gezegde, het verzuim van alle onderwijs in den Godsdienst bij de opvoeding , het welk helaas ! bij veele grooten en lieden van den ton, en ook bij den gemeenen man plaats vindt, en het verkeerde onder-