is toegevoegd aan uw favorieten.

De zedelijke toestand der Nederlandsche natie, op het einde der achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODSDIENST. X Boek. 433

keiijker dan uit de gemeene armen-fondzen ; zie daar eene fterke beweegreden voor den gemeenen man, om lidmaat te worden, dan kan hij eene ruimer bedeeling trekken. — Ja 'er worden 'er zelfs gevonden, die, te traag om te werken, dezen weg inflaan, en door dit middel tot hun oogmerk geraaken, om zonder werken de kost te hebben. Mij is een voorbeeld bekend, ten blijke, hoe verre dit gaat, van eenen man, die Roomschgtzind was, en zulks blijvende tevens zich als lidmaat van de openbaare kerk hadt laten aannemen, ten einde eene ruimer bedeeling te trekken; gelijk hij die dan ook eenige jaaren genooten hadt, yoor dat de zaak bij geval ontdekt, en hij toen uit het ger tal der ledemaaten weder uitgefchrapt werdt.

Het is waar, bij den middenltand van deftige burgeren hebben deze beweegredenen geene plaats. Doch hier zijn weder andere, die waarlijk van geen edeler natuur zijn. De welvoeglijkheid vordert, dat een ordenlijk bprgcrman lidmaat zij, ook ftaat hem dan een eerepost van diaken of ouderling in de kerk open, bij veele burgerlieden is het ook een verëischte in jonge lieden, welke een huwelijk zullen aangaan, dat zij evenwel eerst lidmaat worden, voor dat de huwlijksplechtigheid worde voltrokken.

Daar