Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 O P D R A G T.

De groote marmontel, wiens uitgekipte verwen

Steeds gloeien, nooit verfterven, Maalde eerst dat edel Paar door'tzachtftekurctpenceel, En rijk in ordening, voor Frankrijks zangtooneel.

't Behaagde. Een teder hart vindt toch altoos behaagen,

Wanneer verdrukte deugd, aan 't klaagen, Het noodlot in het eind' met zich bewoogen ziet;

Een blijden ftand geniet; En de ondeugd.aan haar voet geboogen, laag aan 't kruipen, Of niet genoeg verneèru, ellendig weg moet fliiipen.

Zo rijk een Tafereel, vol meesterlijke trekken,

üon mij ten fpoorfbig firekken. Mijn N;n,r ontgloeide, en nam de tekenftift ter hand ;

Silvain wierd Steinzee, en 't Tooneel mijn Vaderland, Deugd blijft (leeds deugd;ha»r glans kan nooit één draal verOf zij bij Franfchen pronkt of Friezen, (liezen, Maar 't is de groote vraag i of zij getroffen wierd ?

Helaas! zo rijk gefierd, Als marmontel haar bed liftten toon Helt voor elks oogen, Wes een fi zwaare proef vóór 't zwakke kunstvermogen.

Dan

Sluiten