Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOON EEL SPEL. 17

L. VAN STER.NZEF.

'k Vecht nooit dan met een meid.

CAMMINGA.

Nu zult gij nochtans vechten, Men kan flechts met de kling zo grooten hoon beflechten.

ELIZABET, fchtelyk uit het huis koomende. Helaas! mijn Camminga! wat doet gij? ach! ik Ichrik!

CAMMINGA. Ik bid verwijder u een enkel oogenblik. Ik zal met dit rapier uwe ouders wraak verfchaffen. Dien fchender van hunne eer naar zijn verdienften ftraffen.

ELIZABET.

Wees toch bezadigd. Ach! bedenk wat gij begint; Het is den Heer zijn Zoon.

CAMMINGA.

Stel u gerust, mijn kind! Is hij een Edelman, zal hij zich wel verweeren. Trek, zeg ik.

ELIZABET.

Camminga! voldoe aan mijn begeeren. Stel u niet bloot; mijn lief! aan zulk een groot gevaar*

CAMMINGA.

»k Voldoe aan uw verzoek.—Zij is't, om wie 'k u fpaar. Wees dankbaar, en gaa heen; verftout u nooit na deezen Haar «er te kwetzen, want het kon u doodlijk weezen, B I" VAN

Sluiten