is toegevoegd aan uw favorieten.

Celia, treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R E U R S P E L.

CELIA.

Helaas! —Ik kan niet. DALMIRE.

'k Zie u beven.

Wat hebtgij voor?Waar toe die dolk?... Gij zwijgt en zucht. Leeft mijn ontrouwe nog?

CELIA.

Hij leeft, vermeetle; vlucht'. De deugd js naauwelijks in dezen omtrek veilig. Vlucht heen! —Wat zoekt gij hierop deze plaats? Ze is Maar... (heilig; (Hier Jïaat zij haare oogen ten Hemel.') Heilig — als het vuur der Almacht, als het blaakt In toorn en grimmigheid, 't Verfchriklijk uur genaakt... DALMIRE.

Welk uur ? Zou't uur zijns doods mij fiddering verwekCELIA. (ken?

ja i 'k Zal umet een woord al de ijslijkheid ontdekken.

Ik zelf zal met mijn hand mijn eed geftand doen. DALMIRE.

Gij?

DERDE TONEEL. DALMIRE, CELIA, GODSCALK -r-r DALMIRE met drift naar Godfcalk tredende. _|_ J_ebt gij den flaaf die ik u toezond ...

GODSCALK.

Hoe? reeds vrij?

(Ter zijde.)

Haar bijzijn kon misfchien mijn oogmerk doenmislukken.

(Hard.) (Stil.)

Ik zag geen' flaaf Mevrouw! Wil t gij de vruchten plukken F 3 Va»

85