Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4?)6 GESCHIEDENIS

Cap el

de II.

Onlusten met Deettemarken.

Gezanten rondlijk, dat de Keizer de zaak der HolJanderen als zijn eigen aanmerkte, en met al de magt der Nederlanderen en van Spanje zelve zon handhaaven. Ook belette zij eene vermoedde of beoogde afzonderlijke handeling met de evengemelde Landfchappen, waar aan Koning Frederik den vrijen handel wilde vergunnen. Zij deedt meer, en zondt

ver-

(*) E. Beningha, Hifi. van Oostfriesland, IV. B. bl. 659-676* Pontanus, bl. 767-774.

in Oostfriesland gerukt, bragt aan Enno, bij Remmingen, eene zwaare nederlaage toe. De Gelderfchen behaalden, daarenboven, zulke aanmerklijke voordeden ten dienste van Balthazar , dat zijn vijand genoodzaakt was, hem bij het Vredeverdrag veel in te willigen, waar in de Hertog van Gelderland deelde. (*) , 1 .

De vrees, welke de Hollanders, ten dien tijde, hadden wegens den toehand hunner zaaken in 't Noorden, was van meer beduidenis. Koning Frederik vernam nauwlijks, dat zij hunne Scheepen onttaakeld, en hun volk afgedankt hadden, of hij vaardigde een gezantfehap na deeze Landen af, met den eisch om driemaal honderd duizend guldens, tot vergoeding der fchade, hem toegebragt, in het verleenen van bijhand aan Christiaan den II. Op'Holland alleen maakte hij deezen eisch, en zogt, den Nederlandfchen Koophandel niet kunnende misfen, met Braband, Vlaanderen en Zeeland vredete houden. De Landvoogdes verklaarde den Deenfchen

Sluiten