Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bei NEDERLANDEN. 433

pleegde men in de Vroedfchappen der Steden over dit ftuk. Te Amflertiam werd de Aanfchrijvingsbrief, met eenige bijlaagen , gefield in handen der regeerende Burgemeesteren en eenige Gemagtigden» In de bijéénkomst deezer Gemagtigden ftemde Burgemeester Witsen , dat hij die groote zaak noch a, aan- noch afraaden kon ; doch, zo men 'er egter „ mede voort wilde , verftondt hij , dat men niet y, nalaaten kon den Prins te onderfleunen, mits men „ den onderftand bepaalde, den Vrede niet met En* „ geland brake, en, bij goeden uitflag , onderfiand

van daar bedonge." Dan-de meerderheid der Gemagtigden , en der Vroedfchap zelve, befloot, zijne Hoogheid te onderfteunen , dewijl het werk onder de andere Leden van Holland te verre gebragt was , om gefluit te kunnen worden. Eenige Raaden oor. deelden, dat het ftilzwijgen der drie Burgemeesteren oorzaak geweest ware , dat men deezen gewigtigen toeleg heimlijk zo verre hadt kunnen voortzetten; maar de meesten verftonden, dat het ontijdig openbaaren van denzelven het Land in groot gevaar hadt kunnen ftorten. Eene éénpaarige toeftemming van Holland tot onderftand volgde : en de andere Gewesten , waar 's Prinfen aanzien nog fterker werkenden invloed hadt, dan in Holland, draalden niet met de hunne daar bij te voegen (*_).

Met geene mogelijkheid kon de zaak verborgen blijven voor den doorzigtigen d'Avaux. Deeze

Staats-

(*) Verbaal van den Burgemeister Witsen. W* f 5

WlU EM DE lil.

Sluiten