Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B2«. NEDERLANDEN. 5*5

s, dar men hem in Engeland voorhieldt: en dat veele „ Leden van den Staat, zonder dea adem des Konings, 9, onzen Stadhouder, niets durfden aanvangen." De Engelfchen , zelfs de zodanigen , die hem ten Throon geheven hadden, dwarsboomden hem bij verfcheide gelegenheden zo zeer, dat hij der Engelfche Regeeringe bijkans wars wierd. Veele fchamperheden moest hij van anderen verduuren, die wilden, dat hij zich met het Regentfchap moest vergenoegd, en niet na de Kroon geftaan hebben. Dit gtng zo verre, dat men, eenen geruimen tijd, in de Kerken over den Theems, in "t gezigt van Whltehall, niet wilde bidden dan voor Willem en Maria , onze Gouverneurs. Men fchroomde op openbaare plaatzen niet te zeggen, „ dat men hier een Koning onthalsd hadt, een andere verjaagd, en dat men met „ den derden ook wel weg zou weeten." Zijne kennis van den wispeltuurigen aart der Engelfchen deedt hem bij Witsen uitroepen : Mogt de Raadpenfionaris [Fauel] eens opzien 1 wat zou hij zeggen van de wispeltuurigheid der Engelfchen ? Dikwijls' heb ik het hem voorfpeld; doch hij kon het niet geheven.

ileerschzugt was de bovendrijvende drift indeezen Votst. Schoon hij, in Veldilagen, eene vuurigheid van aart, eéne tegenwoordigheid van geest, en eene veragting der gevaaren betoonde, en daar in voorde ueffeiijkfre Krijgshelden tiiet behoefdi te wijken, was hij bijkans altoos ongelukkig. Van de veelvuldige Veldilagen , door hem geleverd, en de Belege-

P 4 rói

Wille»

be Ui.

Sluiten