Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDER LANDEN. 507

zijne Hoogheid en den hunnen in 't licht gaven, bij welke zij het tegenftaan der Pagteren op het nadruklijkst verbooden, en 's Lands Ingezetenen vermaanden geduld te hebben in het afwagten der herfteliing vah de misbruiken, in het ftuk der Pagterijen ingefloopen, waar aan reeds, met goedvinden van den Prins , met ernst werd gearbeid.

Deeze Waarfchuwing was gedagteekend , doch niet alom verzonden , toen het vuur van oproerigheid, zo lang gefmeuldhebbende, te Haarlem eensfiags ontvlamde , op de eerfte tijding , dat in Friesland alle Pagten op ééns waren afgefchaft. Voor het afleezen der gemelde Waarfchuwing waren reeds eenige Pagters huizen deerlijk uitgeplonderd: deBur« gerij, in de wapenen gekomen , toonde kleinen lust om de bij hen zo wel als bij 't Graauw gehaatte Pagters te befchermen. Het afkondigen der Waarfchuwing deedt eene verkeerde uitwerking. Het Graauw zwoer, geen Pagter meer te zullen fpaaren, en plun derde oogenbliklijk daarop twee andere Pagters huizen met meer verwoedheids dan voorheen. In éér derzelven ontftak men op de plaats een groot vuur. om de Boeken , Papieren en andere dingen, te ver branden: nauwüjks wilde de losgebrooke moedwil gedoogen, dat de buuren , voor ongemak be-dugt. de vlam bluschten. Alles nam een zo dreigend ge vaar aan, dat de Wethouderfchap, die bij de Waarfchuwing eenige ernstige bedreigingen tegen de Op roerigen gevoegd hadt, het terftond o«:r eenen an deren boeg wendde, en befloot, ade iiivorderinget

vai

Staats»

Regee-

ru\g-

Plundering te Haarlem.

i I

Sluiten