Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 5"

digirig* de Staaten ge^.ind waren en bleeven om de Pagterijen te handhaaven , leedt het maar weinige dagen, of zij veranderden van toon. Wat 'er aanleiding toe gaf, zullen wij , naa het vermelden van nog eenige bijsterheden des oproers in andere Plaatszen , ten (dien zelfden tijde en ter zelfder oorzaake OHtftaan, berigten.

Vier dagen, naa dat de,hollende Plunderzugt haar rol te Haarlem begonnen hadt te fpeelen , vertoonde zij ook haare woede te Leyden , in 't eerst werd zij beteugeld , naa het betoon van eenige verregaande ongeregeldheden , door de Soldaaten , de gewapende Burgerij , en een verbod der Wetbouderfchap; doch zij hervatte , met verfmaading van dit alles, het vernielend werk , zo dat de meeste Pagters huizen een zelfde lot als te Haarlem ondergingen ; en ook de Wethouderfchap, het voetfpoor van die van Haarlem volgende , liet aankundigen , dat de Pagten bij voorraad zouden opgefcliort blijven. Een verfpreid gerugt, dat 'er Krijgsvolk in de Stad verwagt wierd , hieldt de Gemeente in onrust , en kwam dezelve niet tot bedaaren, dan naa dat bij openbaare afleezing hetzelve, als eenuitflrooizel,vooi leugenagtig verklaard , en haar verzekerd was, dat alle Pagten volflrekt waren afgefchaft.

De Haagfche Schutterij Hoorde de eerfte bewee genisfen van bedoelde plunderinge. De Krijgsraad liet zijne Hoogheid raad vraagen. Hij kon , onpaslijk zijnde, den Afgezondenen geen gehoor geeven; dan de Prinfes zeide , uit 's Prinfen naam , dat zij

he

Staats*

Rkoejs.

RING»

Oproer te Lejden i

en in dea Haage.

I

Sluiten