Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERIGT.

VII

Zendelingen behooren niets mogende of durvende lezen van het gene van onzen kant uitgegeven word, waar toe zoude tog een Antwoord op het Gefchrift van den Hr. J. C. gedient hebben? Want als men een Boek uitgeeft over zulke Kerkgefchillen, moet men eenige redenen hebben van te hoopen dat het nuttin zal zyn zelfs voor luiden van beide partyen ,■ om namelyk de eenen te verligten, en de anderen te verfterken. Het eerfte konden wy ons niet beloven, zoo lang onze Boeken een verboden vrugt zyn voor die Leeken. Het tweede wierd zoo hoognodig niet geagt, om dat de Onzen onderregt genoeg zynde , 'er geen gevaar was dat zy zig zouden laaten misleiden door de redeneeringen van den Hr. J. C. want zy bezitten meer oordeel als zyn ver¬

zonnen Apellantje. Het verveelt (*) hen ook niet, gelyk dat Mannetje, in de verdediging onzer zaake ingewikkeld te zyn ; want zoo lang 'er geen tydelyke belangen en menfehelyke in-

zigten onder Ipeelen, zullen het 1'ormuiter, nog deszelfs Eed, nog de Bulle Unigenitus, iemand wanhoopig maaken. De Onzen weeten dat de waarheid niets van haare heiligheid , zekerheid en agtbaarheid verheft, al word zy, gelyk ten tyde der Ariaanen enz. van een Paus als Liberius verlaaten, van veele andere ontkend, beftreden en vervolgd, en van zeer weinigen verdedigt. Dan moeften ook fchier alle de Chriftenen wanhoopig geworden zyn in de 300. eerfte jaaren van het Chriftendom, als de Apoftelen en hunne opvolgers in het openbaar gegeeffeld, gefteenigt en ter dood gebragt wierden. Wat zoude het dat Apellantje toen verveelt hebben zoo lang, op vrede te * 4 hoo¬

rn

Zie jladz.

47- 48. enz.

Sluiten