Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 20 )

die Hr, den volgenden eed daar in begreepen, van vermetelheid durven vryfpreken? „ Ik i, ondergefchreven N: N: onderwerpe my „ aan de Conftitutie der Roomfche Paufen, 3, der Conciliën, en de Stellingen getrokken „ uit het Boek van Origenes, van The-

ödoretus, van Theodorus en Ybas, uit „ de Brieven van Paus Hononius, verwerpe „ en doeme ik in den zelfden zin, dien de Au„ teurs beöogdfhebben, gelyk d' Apoftolifche „ Stoel, de Conciliën en de Conftitutien „ die veroordeeld hebben. Zoo zweere ik, „ enz. " Ik vraag nog eens, of de Hr. J. C. dien eed van vermetelheid durft vryfpreken ?

Waarom wilt hy dan dat men den eed van zyn Formulier in de zaak van Janfenius, veilig en zonder vermetel te zweer en3 doen kan ? Het feit van Paus Honorius is honderd maaien waarfchynlyker, dan het feit van Janfenius. Paus Agatho en het i Concilie hebben .de eigene woorden van Honorius uit zyne Schriften aangehaald; de uitdrukkingen van Honorius, daar de ketterye der Monotholiten zeer duidelyk in ftaat, zyn klaarder dan den dag, en nogtans Catholyke Schryvers hebben Honorius van dien fchandvlek vry gefproken, hoewel zyne Brieven overeenkomen met die der andere Kopftukken van het Monotholitendom, en met hunne Ketterye. Deeze Brieven waren ten voordeele van die Ketterye opzettelyk gefchreven, te weten, op dat de Bisfchoppen van het Wellen die zelfde Ketterye zouden Leeraaren. Drie Algemeene Conciliën hebben de Brieven van Honorius veroordeeld, als behelzende de Ketterye der Monotholiten.

De

Sluiten