is toegevoegd aan uw favorieten.

Harmen Alfkens, of Eene wijsgeerige [...] bijdraage tot de geschiedenis van het lijfstraflijk recht.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe zalig ben ik hierdoor, waarlijk ik wilde niet geen Vorst mijn fiand verwisfelen.

Hij ging nog lang op dezen toon voort, tot dathij een zeker hoofd fchudden van den Schoolmeefter befpeurde, hetgeen hem bevreemde, en naa de reden deedt vraagen.

„ Zulk eene zielsrust, lieve broeder, is wel goed," was het antwoord van dezen,,, ook twijfel ik niet, of uw hart geniet dezelve. Maar ons. tegenwoordig geloof — ons tegenwoordig geloof — kan nog zoo zuiver niet zijn, als het geloof der oudvaderen was."

„ En waarom zou het dat niet zijn kunnen, lieve broeder? Ik heb toch zoo ernflig tot God gebeden, zoo geheel tot de wonden van het Lam mijne toevlucht genomen en gevoel ook daarvoor, zulk eene opgewektheid , zulke eene zekerheid van mijne verzoening."

„ Alles zeer wel! zeer wel! maar het geloof der Aardsvaderen? het geloof van Abraham, die God zijnen eenigen Zoon wilde of eren P wie kan tegenwoordig hoopen, dit geloof te bezitten?"

Indien de fchoolmeeiïer Hechts het honderdtte gedeelte van de uitwerking hadt kunnen bedenken , welke deze ongelukkige woorden op den herder hadden , hij zou zich zeker wel gewacht hebben, dezelve uit te fpreken. 'Treurig, in diepe gedachten verzonken, en zijn geloof gefchokt, G weid-