Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOSTINDIÈN. 187

„ onder den negenden middaglijn van de haven, „ uit welke ik vertrokken was, gelegen. Ik „ vond daar den Heer Ochotyn, met 80 man„ nen. Die Poolfche Officier, was, volgens het „ geen hij mij zeide, bijna op gelijke wijze als ik, ontkomen, en had zich met zijn kleen ge* ,, volg op de Afrikaanfche eilanden Alentis ge» „ naamd, gevestigd. Hij had met de inwooners verbindtenisfen gemaakt, en huwlijken met hun gefloten, ik liet drie mijner manfchappen bij hem, en hij gaf mij brieven, om overal, „ waar het noodig zoude wezen, te vertoonen. „ De 26 Meij mijne reis ver van dat eiland „ vervolgende, vond ik eene zee, die met ijs „ overdekt was, het geen mij noodzaakte om op „ den 2 Junij aan het eiland Aladar, onder den „ 61 graad breedte, en onder den 23 middaglijn „ van Kamfchatka gelegen, aan te landen. Ik „ vertrok den 9 Junij, wendende mijne koers „ naar het Zuid-Oosten. Ik ontmoette, vol,, gens mijne, gisfing, de punt van het vaste „ land van Amerika, onder den 6 graad „ breedte, en onder den 26 middaglijn van „ Kanfchatka; en mij naar den 51 graad breedte begevende, om reden van den geweldigen „ wind, veranderde ik van rigting, en ging „ naar het Zuid-Westen. Den 20 Junij kwam „ ik op de hoogte van een eiland, bij de Rus „ fen ouder den naam van Urum - Sir, of het „ eiland Xti bekend, onder den 53 graad

» 45

Sluiten