is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot nut van't algemeen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 79 )

heid vaa den alfcheppcr gegeeveh zijn. ——

Alles dan, mijne vrienden ï wat wij van de magt, wijsheid, en goedheid van onzen fchepner en onderhouder , uit al het gefchapene ontdekken, cn de geheele fchikking, welke wij hier in gewaar worden , leert ons God kennen als een wezen, dat, fchoon niet als of hij iets behoefde, maar om ons geluk te bevorderen, genadig van ons geëerd en gediend wil

WZo^gijTde hier toe in dit Hoofdftuk bijgebragte redenen, nog niet genoeg begrijpt, herleese en overdenkt ze een weinig; 't zal beide u zoo aangenaam als nuttig zijn, en veel helpen, om dac aanbiddelijk wezen te kennen m het

ELFDE HOOFDSTUK,

Als onzen Opperftcn Wetgeever.

Dat de reden van Gods beftaan ons overtuigen kan, hebben wij genoeg gezien. Dac

wij ook hier door God kunnen kennen als een wezen , dat van ons geëerd en gediend wil zijn, zult zij. zoo ik vertrouwe, uit het voorige Hoofdftuk

reeds beflooten hebben. Maar hoe wjj

dit wezen, eeren en dienen moeten, hangt zeker van ons af: want, om dit zelfs een mensch te doen, moeten wij noodzaakelijk zijnen wil

en begeerte weeten. Om nu den wil van

God tl kennen , moet ook God zelf , op de eene of andere wijze, denzclven ons bekend maaken. ^ ^