Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(33)

rijk behoort te zijn of ten minfïen , grooten overvloed aan tijdelijke goederen, behoort te hebben.

Ter volledige betooging van de volfhgen ongerijmdheid van dezen icbadelijken en verderflijken waan, moet ik hier, bebalven het reeds voorgeftelde, ook nog in 't algemeen herinneren, dat alle uiterlijke dingen, hoe geroemd ze ook mogen worden, hoe fraai ze ook zijn, eu hoe zeer ze ons ook, in den beginne, bekooren en treffen, hun vermogen, en alle hunne bekoorlijkheden, nogthands , op den duur geheel verliezen, wanneer ze van geen hooger gebruik, en van geen meer dienst zijn, dan om flegts tot verlustiging van onze oogen , en tot vermaak, van onze zinnelijkheid te dienen. Men wordt van langzaamerhand gemeenzaamer met dezelven ,en dit neemt van tijd tot tijd zodanig toe , dat men veele dingen , die iemand , dien ze vreemd zijn , zeer fterk in het oog loopen, d^oor tijd en gewoonte, zelfs niet eens meer ontwaar wordt: en terwijl zij anderen, voor wien ze nieuw zijn, treffen en groot vermaak aanbrengen, worden ze door hun, die met dezelve gemeenzaam zijn , geheel onverfchillig voorbijgegaan. Dit een en ander is zo klaar, en zo algemeen bekend, dat 'er, mag men wel zeggen, bijkans geen mensch is, die van deze waarheid niet door eigen ondervinding, volkomen overtuigd is. Neemt eens, dat men het een of ander nieuws, het zij van kleeding, of huisraad, heeft gekreegen, waaraan men een bijzonder welgevallen heeft, met hoe veel vermaak en genoegen beziet men dan, geduurende de eerfte dagen,

c <ut

Sluiten