Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3i )

ken gebed , zijne fchoolbezigheden beginne.

Het andere, dat de Schoolmeester fteeds welgekleed voor zijne leerlingen verfchijne, wil ik hier juist niet zo hebben opgevat, als of hij fteeds wel uitgedoscht, en fierlijk opgefchikt ten voorfchijne moest komen ; dit zij verre — met een japon , ja , nog meer, des noods zelfs met eene flaapmuts op het hoofd, kan men , te weeten naar de omftandigheden, wel gekleed zijn, in dien zin naamlijk, gelijk ik zulks hier meene.

De kleeding maakt voorzeker den man niet: maar zigtbaare nalaatigheden in dit ftuk, verminderen in 't algemeen de achting , en geeven, kinderen vooral , al te dikwerf aanleiding tot fpotternij , en tot zulke aanmerkingen, die met de vereischte achting der leerlingen, omtrent den Meester, onbeftaanbaar zijn.

Begeert gij dan, ó Meester! — dat uwe leerlingen voor uwe perfoon waare hoogach. ting zullen hebben? — en wat baaten uwe beste poogingen zonder deeze ! — draagt dan voor alle dingen zorg, dat 'er in uwe Schoole, en in alle uwe fehoolzaaken , eene geregelde orde zigtbaar heerfche: en verfchijn nimmer voor uwe leerlingen in de School , dan altoos metfchoon linnen, — een fchoone das of ftrop, — wel gekamd haair, of ordenlijke paruik , — in een goeden Rok of japon , met heele koufen — wel gewasfen aangezigt en handen, en met behoorlijk fchoongemaakte fchoenen , pantoffels of muiku. Neemt, wanneer gij in de School zijt,

een

Sluiten