Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 )

wekken en den weg aan te wijzen is het eerfte middel , en vooral dan pügt. Dit doe ik in de eerfte afdeeling van dit ldein gefchrift. In de tweede zal ik beproeven, of ik aan kan wijzen, wat men nog voor hem zou kunnen doen, ter bereiking van dit groote doel.

De eerfte afdeeling fchrijf ik geheel en alleen voor den minvermogenden Burger. Ik wijs hem aan, hoe aangelegen de inhoud van den Bijbel voor hem is; dat de kennis daar van niet buiten zijn vermogen is — dat de oefening in den Bijbel voor hem aangenaam, ja vermaakljjk is — en dat het zijn onvermijdelijke pligt is, alle zijne krachten daar toe aantewenden. Dit is de inhoud van het eerfte Hoofdftuk.

In het tweede fpreek ik van de algemeene onkunde in den Bijbel, zoek de oorzaaken daar van na te gaan, en hoe hij die verhelpen kan, en tracht den eenvouwigen man aantewijzen, hoe hij zich voor zichzeJven en de zijnen in den Bijbel oefenen moet.

De tweede afdeeling is meer bijzonder voor u, Geachte Maatfchappij! en voor den meer geöefenden menfehenvriend. Daar in tracht ik aan te wijzen, op welk eene wijze en door wien men deezen pligt den minvermogenden aangenaamer en gemaklijker maaken kan. Hier kon ik korter zijn; maar wil toch ook zo eenvouwig fchrijven, dat de onkundige mij begrijpen kan ; alzo tot deeze middelen worde voorbereid, dezelve verlange en niet, door vooroordeelen verblind, het goede, dat men voor hem doen wil, tegen iverke.

A 3 EER-

Sluiten