Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONSCHULD VAN JESUS,

XXXIL Wacht, Rechter, wacht u wel, uw handen aan het bloed ;fcC Over- Des vromen mans te fcfoennen, tfe

Dien uwer vrouwen droom , uw lippen en gemoed

Van fchulden zuiver kennen; E v

Of wiltghij, dwaze, meer den Priesterlijken trots,

Dan uw geweten fchroomen ? 3'

Hoe? zal des Keizers gunsc u waarder zijn dan Gods, r'

Of dan het rech; des vromen ? D Helaes ik zie welja: och of die hooffche kunst ; gei

Met u waar overleden! fljjj Hoe vele vindt m'er noch, die om der grooten gunst.

Der kleenen recht vertreden!

ja

Maar 't zijn niet alleen de richters, die hie*ljaJ leeren moeten, ook dit ftrekt ter mijner om P derrichting: de ftandvastige aankleeving aan!£e' recht en billijkheid wordt ook van mij gevor |n derd; in alle mijne handelingen geene andere P bedoelingen te hebben, dan de eer vanGoó!£; en de bevordering van 't nut mijner naasten, is ^ mijn pligt \ dus moet ik op mijne hoede zijn;,w om nooit door valfche voorftellingen, van*: menfchengunst , van voordeel verlokt te wor den, om de ftem van mijn geweten te fmood00ren, om niet in de minfte bijzonderheden daaife aan getrouw te zijn. — Het minfte toegeeven [w; baant den weg tot grootere afwijkingen, ligte< r1 lijk had pilatus in 't begin den tegenftandp overwonnen, zo hij getrouw geweest ware aan ^ de infpraaken van 't geweten , 't gevaar van iel

klee<(

Sluiten