Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 35)

hunne kinderen, naar hunne geaartheid, een Ambacht wilden bezorgen, daar veel, zeer veel, uit konden leeren.

h. Welk een fpijt gevoel ik, dat er zo een Boekjen niet is! hoe gaarn zou ik dat willen

s N^en bet is 'er niet, en zo lange het er niet is", zullen Ouders, die hunne kinderen bii een Ambacht willen doen, met des te meêr zorge en moeite moeten te werk gaan om de onderfcheidene Ambachten te leeren kennen; en zij zullen des te meêr op de geaartheid hunner kinderen moeten letten , om eene goede bereekening te maaken, eer zij hen bij een handwerk doen. Dan dit leidt mij van zei ven tot onze tweede Hoofdzaak, om over de gefcbiktheid der Jongelingen, tot deeze en niet tot andere Ambachten, nog wat aantemerken. Hebt gil vooraf ook nog wat te zeggen of te vraagen?

n. Ik zal mijne vraagen voor 't vervolg befpaaren, gaa als het u belieft, maar voort.

s. Uit het geene ik reeds gezegd heb, aangaande de Handwerken of Ambachten, en de daar toe gevorderde meerdere of mindere L-igchaamskrachten en zielsvermogens, in voiwasfen Mannen, zult gij ligt befluiten, dat alle Zoonen, die tot Ambachten beftemd worden, genoegzaam allen, als onderrcheiden. in kracht en fterkte, naar geest en Ligchaatn moeten aangemerkt worden; niemand derzeiven heeft volledig de zelfde geaartheid imborst, zeme, als alle anderen, en gij bevat dus gemoklijk hoe moeilijk het mi] zal zijn alle de onderfcheidene geüartheden tot eenig*

Sluiten