Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 35 )

gen van de volgende twee bijzonderheden af: uaamelijk, en van het foort der gewaar» Wordingen zelve, en van de umjlandigheden, waar in de mensch zich bevindt, bij wiert zij verwekt worden. Dit moet ik u wat nader ontieeden.

De gewaarwordingen dan, welken in ons een gevoel van genoegen of geluk verwekken , zijn van eenen geheel verfcbülenden aart. Zij verfchillen , vooreerst, in den trap van het vermaak, 't welk zij aanbrengen* Voorzeker, de ééne aangenaame gewaarwording voldoet ons beter dan de andere, vooral wanneer wij ze op den zelfden tijd ondervinden, en dus in ftaat zijn, om ze met elkander te vergelijken. Een hongerig mensch, bij voorbeeld, ziet een' tafel met fmaakelijke fpijzen: dit gezicht bekoort hem. Men noodigt hem om aan te zitten; hij eet en wordt verzadigd. Deeze vervulling van zijne be* hoefte ftreelt hem nog oneindig meêr: ja , hij kan zich voorftellen, dat al het zoet dar eerste gewaarwording wel rasch zou vervlo* gen zijn, bijaldien zij door deeze laatste niet in tijds geholpen ware.

Onze aangenaame gewaarwordingen ontftaan, ten tweeden, op eene zeer onderfcheidenewijze. Sommigen zijn het uitwerkfel van de indrukken, welke uitwendige voorwerpen op onze Kgchaamelijke zintuigen maaken; zij zouden» bi ddien 'er niets buiten ons belfond , of indien wij geen ligchaam, geene zintuigen, hadden, bij ons niet ontftaan kunnen. Van dien aart zijn de zoetigheden der reuk, oef fmaak, des gezichts, des gehoors en des ge* C 3 voels

Sluiten