is toegevoegd aan uw favorieten.

Mengel-poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELWERK. 79

Wat vinding! wat verfcheidenheid! Wat rykheid van gedachten! \Wel, heeft de Dichter niet wat al te fterk gevleid ? ; (Een weinig breekt geen koop; daar moet men zig voor wachten.^ f Nooit trouwde er toen een bruid of zy was wys en fchoon, lEn elke bruigom was der jongelingen kroon: \ Wie zal 't betwisten? och! het is zo lang geleeden ; Maar, andretyden, andre zeden; Dat fpreekwoord komt hier wel te pas: 't Is nu zo breed niet als 't toen was. ! Zeg, vollenhove , is 't geen verdrietig poëzeeren, i Op zulk eene afgezaagde, en afgezongen ftof ? . En, als gy weet, ik hou maar niet van copiëeren:

'k Weet wel, dat's waar, een hoope tot uw' lof; Gyzyt geleerd, oprecht, verliandig, en goedaartig; Dat kan ik zeggen met een vry gerust gemoed; En wat uw' fmaak betreft, wel mantje, die is goedj Het vrouwtje dat gy trouwt is uwe liefde waardig;

Vernuft, jeugd, fchoonheid, geest — hoor, gy Voegt maar uitlteekende byeen, daar blyf ik by;

En