Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELWERK. &S9

Tot hen, die tny, welligt, voor't allerlaatst befchnuwden: Der bilden oog, myn frank! ontglipte een ftüle traanj Bezwaarlyk wist ik toen myn traanen te weêrhouden: Ik zag buun' zucht voor my uit hun ontroerd gelaat; Ik brandde in yver om hen voor "t bederf te fpaaren; My dacht, 'k zag reeds het woe-n van 'skrygsmansdartlenhaatj Myn hart kromp op 't gezicht der weerelooze fchaaren : Niet dan met moeite, en na veel tegenftribbeling, • Volgde eindlyk de adel, en de ftad , myn welbehaagen: U is 't verdrag bewust, waarby men hem ontving, Tot Voogd en Ruwaard van myn Land, hem opgedraagen: Zyn heerschzucht, die naar myn bederf fteeds had getracht, Gelukte 't, grooténdeels, haar oogmerk te bekomen: En ik zag my, geheel, door zyn geweld en magt, Van 't ftaatsbewind ontzet, en al het myne ontnomen.

Neen, bor slen ! geen Vorftin is zo veel ramps ontmoet; Wat kon Natuur my toch by die tirannen baaten? Van 'svaders ryken fchat, myn onbetwistbaar goed, Werd my, door Bisfchop jah en hem, niet 'tminstgelaaten!

'k Ont.

Sluiten