is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jongeling van Nain. 221

is. Gij weent over uwen toeftand, over uwe hooggeftapelde zonden, over uwe herhaalde overtredingen, over het dodelijk bederf uwes harten, gij ziet nergens raad, nergens uitkomst, nergens eene magt die u genezen, en den druk uwer ziele wegnemen kan, maar ween niet al te zeer. Troosteloos, onheelbaar, onhelpbaar was de ftaat van het menschdom — ach God t wie kan er aan denken zonder ijzing! — troosteloos , onheelbaar, onhelpbaar was uwe ftaat, indien God het aan uwe eigen kragt had overgelaten , om u te redden uit den jammervollen toeftand, waarin de zonde u gedompeld heeft, indien gij alleen hulp moest zoeken in uwe talloze noden bij de gefchapen dingen. Maar verheug u! er is een Jefus, er is een Almagtige Jefus, er is een hand van grenzenloos vermogen om u te helpen uit uwe diepe ellende ■

er is een Jefus, die meer dan overvloedige magt bezit, om alle uwe behoeftigheden te vervullen, om alle uwe zonden te vernietigen, om alle uwe armoede in rijkdom te veranderen, om alle uwe tegenwoordige en toekomende angsten te verjagen , om alle uwe teugelloze driften te boeien, om alle uwe bedorven neigingen te verbeteren, en om het leven des geestes uit den nagt des doods te doen verrijzen — verheug u ! er is een Jefus, die magt ontfangen heeft van den Vader , om vrijheid, leven,

rust,