Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 22 )

is de regelmaat van den Gosdienst, waardoor gezonde reden bevestigd wordt; het is de uitfpraak des Christendbms. Groot zijn onze behoeften, veelen de gevaaren waar aan wij blootftaan, uitgebreid onze verbindtenlsfen, verfchillend onze betrekkingen; in elk van die getrouw te zijn, op die allen ernltig bedacht te weezen, is de kenfehets des Christens, — is de handelwijze des dégelijken mans, omtrend het doel zijnes aanwezens in de waereld en in de Maatfchappij. Maar de man van een zodanig character, 't welk eeuwig met zich zeiven overhoop ligt ; — alles wil doen, cn nochthans niets doet: zich vol verwarring, begraaft onder ftapels van verrichtingen, die voor hem liggen; door de eene, die 'er bij komt, de andere, die 'er was, al weer over het hoofd ziet; dikwijls eene beuzeling bij de hand vat daar hij het wezenlijke moest aangrijpen, en in het laatst wanhoopig alles verzuimt. Deezen man, die alzo van alles wat hij ter hand neemt, eenen woesten baijert, eenen akeligen chaos, vormt; die, in 't geen hij nog gepast fchijnt te doen, niets meêr ten voorfchijn brengt dan een brok op zich zeiven, zonder verband tot het geheel, beroofd van waarde, zo wel voor God, als voor hem zeiven en de waereld; deeze drokke nietsveizorger is niet de man van Orde, niet de beërver des Geluks. — 6 Neen! immers deeze laatfte vervult ieder deel van zijne taak, daar en zo als 't juist behoort. — Hij is gelijkmaatig den eenen dag als den anderen daarin voortgaande. —

Over-

Sluiten