Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( H )

eenen (laat hooger, veel liever in eenen ftaat laager, dan die van hunne ouderen, wierden opgevoed. Ik erken gaarne, dat vee e kinderen , des onaangezien , in de waereld groot fortuin gemaakt hebben ; maar IK voor mij geloove ook, dat, indien men het getal van ongelukkigen nevens hen plaatfte, de eerften zeer verre de laatften zouden overtreffen. Zijn daarenboven niet al'e Handen even eerlijk in de lamenleeving? Het geluk immers of de eer is niet aan den (tand verbonden, maar het is alleen het goed ot fiecht ged.-ag des geenen, die daar m is ge plaatst.' Of is een rijk winkelier met veel mr.er dan een veraard koopman, en een daglooier , wiens ontvangltcn toereikende voor zijne behoef en zijn , niet veel gelaklager dan hij, die in een hooger beroep geplaatst, zijne ichulden niet kan betaalen ? _

Tot hier toe dan belchouwden wij de opvoeding van de jeugd, inzonderheid met betrekkin' tot het mannelijk gedacht. Maar hoe gaat het dan toch met de opvoeding van de vrouwen? Waarlijk omtrent haar die vaak de troost en het genoegen van ons leeven zijn, fchijnt de opvoeding in de meeste gevallen zich zeer weinig te bekreunen, o | a. Zij worden opgeleid, zij worden opgevoed; maar hoedaanig en waartoe? Misfchiert alleen ten bijzonderen nutte voor zich zelve, ofook wel tut de betracht ng van huismoederlijke pligten. Dit gel'chied wel, doch nog veel meer en eigenlijk worden zij beftemd ter bevordering vaneenen aangenaamenen gezelLgen timgang in de famenleevmg. Maar is dan de

Sluiten