is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVRAAG VAN 1782. S97

wagte"wijze van voortellen; even gelijk ik uit Vorz reeds heb aangehaald:

True wit is nature to'advctntage drefs'd,

fVhat oft' was thought, but ne'er fo wel exprefs'd.

Het vernuft alleen maakt zeker den digter ruet Een digtfluk,

waar in niets dan gemeene gedagten voorkomen, louter vernuftig voorgefteld, kan geen fmaaklijk voedfel op den duur verfchaffen. Pe hekeldigter, de koddige fchrijver zelf, moog eens hier en daar behagen, door louter vernuftige voorfteilingen; zo hij den naam van een goed digter in zijn foort wil dragen, moet hij ons ook met belangrijke voorfteilingen bezig houden. Huigens heeft hier tegen dikwijls gezondigd, en ons een aantal fneldichten nagelaten, welke, behoudens den eerbied aan dat groot vernuft verfchuldigd, wel vernuftig, maar tevens al te beuzelagtig zijn. Hoe befteedde integendeel onze vernuftige Vader Cats, dien ik, als eenen allervernuftigften fchrijver, waardeere, altoos deze gave, om door aartige, en kunftig opgemerkte gelijkheden te leeren of tè ftigten ! Rabekers Hekelfchriftèn zijn insgelijks zo vol vernuft als genie.

Maar hoe zeer deze aanmerking gegrond is, is het egter ook ten derden waar:

Dat 'er geen digter of-redenaar, geen digtfluk, cf ftuk van welfprekendheid is, waarin dat geen niet gevonden wordt, of mag plaats hebben, wat men vernuft noemt; fchoon het te gelijk waar is, dat het vernuft in de eene foort van poëzij zig fterker en overvloediger vertoonen kan en moet , dan in eene andere.

Bb 2 Men