is toegevoegd aan uw favorieten.

Twee-tal verhandelingen behelzende de eerste eene verklaaring van Gods testament en verbond [...] en de tweede een onderzoek nopens den aart van't verlossing- en 't genadeverbond.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODS TESTAMENT en VERBOND. 103

de II. bladeren zoo genoemd wordt. Dit is recht, en ik geef hier aan mijne toefremming, maar 't verband waar in dit ftaat met het voorgaande, toont (dat we hier in 't bijzonder, om 't goed moeten denken van 't ander leven, en wel niet alleen, na den dood ten opzichte van de ziel, maar ook naar ziel en lichaam beide, op den grooten dag der Opftandinge, doch zoo dat men hier wat meer bepaaldelijk- moet ftilftaan, bij 't heil dat de ziel erlangt door ' de Oplïanding van 't lichaam, en deszelfs gelukki■ ge verandering, dat het uit den ftand van verdervelijkbeid in dien van onverdervelijkheid; uit dien van oneer in dien van heerlijkheid; uit dien van zwakheid in dien van kragt; uit een natuurlijk in een geestelijk beftaan overgaat (*); gelijk dit verheerlijkt en hemelfch lichaam, nu met den verheerlijkten geest wederom vereenigd, buiten twijffel veel tot deszelfs volmakinge, cn onbegrijpelijk genoegen zal toebrengen. Maar bet f maaken van de kragten der

toekomende eeuw, breng ik tot het laatfte der voorgaande geloofsftukken, namelijk Het eeuwig oordeel. En daar toe hoort al de zaligheid, die de opgeftaane rechtvaardigen door het uitfprceken van 't heuchlijk .vonnis, in 't laatfte oordeel, in eene onbegrensde eeuwigheid ftooreloos naar geest en lichaam zullen

genieten. Dit goede woord en deze kragten dex

toekomende eeuw hadden zij ge/maakt, d. i. ze hadden daar in door een levendig onderwijs fmaak gekregen , ze hadden door een verhitte verbeeldingskragt,

\

(*) I Kor. XV: 42—44.

G 5