is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fï ZlïGEZANGEN.

Befparen wij een legers last. De Betuw durf geen uitheemse!) gast Den vrijen disch met dalers decken. Zoo veele Iterckten, fteden, vlccken En waerden voelen ademtogt; Die eerst door daeglijx ramp bezocht, Van loopers, ftroopers, ftokebranden, Van knijpers, knevlers, ruw van handen, Al!e oogenblick met ope tesch, Verwachten het getrocken mes Op blootc keel, de fchuur aen kolen, Op 't kloppend hart gclaên pistolen ; Dies r»epc een ieder nu uit lust: Een Godtheit holp ons aen dees rust; Toen Spanje wou Euroop verbazen: Toen d'Oostenrijckcr opgeblazen, Had van den Douau met zijn heir, Vcnvinner tot aen 't Baltisch mcir, Gansch Duitschland in zijn bloet verzopen, En droomde Hollant t'overloopcn Ja ftofte van den hoogen ftoel: De leeuw Ieit in den modderpoel Gefneuveh door te veel te willen: De Boschkrijg zal zijn krachten fpillen. Nu hang, wie wil, tot zegemerek, In hofgewelf, in zael cn kerek, De Thureiihoutfche ruitervanen, Borgocnfche kruisten van Maranen, En Vlaeinfche ftanders, die vol moedts Wel tuigen ftorting van veel blocts; Dees overwinning rneckt de woleken, En flreckt tot vrucht der vri^e vokken. Dat ander Overite braveer afct bijnscm, cn met tijteleer,