is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2t>4 LIERDICHTEN*

I. TEGENZANG.

-Auj, fpan de fnaer-en van uw vedel

Niet ijdel. Aij, wat is gedacht,

Of vccrgehaelde wapenpracht? Door 's anders helm wort niemant edel.

Men kroone de Godtvruchtigbeit, Op gcenen eenen dagh te noemen Met Stam, cn Adel. AI dat roemen

Is enkel rook. De Wijze vleit Zich zeiven met geen' glans, die, buiten

2 (!) wezen, dwaizen ïs gemeen;

M, éi acht het wezcntlijke alleen, En dciigiidcn, die in 't harte fpruiteu,

Bedaut vau Godt, htt hooghfte goet:

Die fchilt veredelt zijn gemoedt.

Ü. Z A N G.

I_;aet vacren dan geleende gunden.

GerarCTs vvert van eedier mst

Alleen ontvonkt. Wat arheit binst Zijn' zuivren trek tot vrije kun deal

Hij queet zich braef, in 't wordelperlé Der Wijsheit, en haer letterwijzen. Dus rees hij, daer de trappen rijzen,

En klom in Godtgeleertheits Kerk; Daer kon zijn ooghmerk hem niet misfen,

Jit 't heiligh licht, dat op 't altaer

Godts waerheit toont. Toen zagh hij. klaer Den gront der Kruisgeheimenisfen,

En wat zijn oogh verdraegen kon,

Celijl; Godts arent in de zon.