is toegevoegd aan je favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITGEGEVE SC ff R I F X E N. 235

Men 'ziet liier na liet paert van Hollant hcenedraven, Dan zacht, dan harder, uit ontzagh voor toom en roê

Der Staeten, meesters van hunne ingetoomde graven, Van eersten Diedrik tot dan tweeden Flippus toe.

Bedank Heer schryver, door veel onderzoeks ervaeren.

Eeu Schrijvers pen onthoudt zoo meenigh hondert jaeren.

aen den edelen heer

FRANCOIS JÜNIUS F. Z.

WETSTEEN DER VERNUFTEN,

JAN DE BRUINE.

^Zoo Junius te rugge ziet Naer zijn gcflaght, hij roemt zich niet Op der veroudren adel, fier Verworven door 't bebloet rappier;

Maer op hun lettereer, behaelt Met eene pen, die fchooner ilraelt, En beter fchrijft dan fcherp geweer. Hij trekt uit niemants fcha zijn eer.

Zijn ijver wint der braven gunst; Het zij hij hun de Schilderkunst Pooght in te fcherpen, klaer en net; Het zij hij zich te paerde zet,

En leert den Ridder, nimmer moé, Gebruiken ipore, en toom, en roê; Terwijl de klepper briescht, en zweet In 't gulle ftof, van trapplen beet. '

Dit geef den Neef den vrijen toom, Om naer te draven zulk een' Oom,

0 p

den

door