is toegevoegd aan uw favorieten.

Bedenkingen over de beoeffening der rechtsgeleerdheid, benevens vier verhandelingen over wysgeerige stoffen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24o Het ZEDELYKE GEVOEL.

gen, hoewel in zig veel goeds bevattende , niet verder dringen dan tot de fchors der zaaken, en met nieuwe uitdrukkingen opdisfehen , wat zy fchynen te verwerpen. Zoo kan het Zonnelicht ■ zelfs door tusfeheökomst van duistere glazen valfehe kleuren ontvangen. In 't algemeen zondigen die beginfels met niets voor te fchryven aan den Menfeh omtrent zich zelvcn , daar nogthans aan dien pligt de Liefde des Naastens moet getoetst worden ; zelfs gaat de Heer Smith zoo verre, om zyne geliefkoosde Sympathie al mede op te heffen , van iemand , die zich alleen op eene onbewoonde plaats onthoud^ vry te kennen van alle vcrpligting; daar Hutcheson , bedenkende, dat de aart van onzen wil niet toelaat, iets te begeeren daar wy niets voor ons in zien, erkende, dat dc twee raderen van Eigen - en Algemeene Liefde , doorgaands zamenwerkten, en dat baatzugtige daaden, dikwerf ten gemeencn nutte konden verftrekken. Onder tusfehen, daar geene andere dan Gezellige Deugden uit de Goedwilligheid onmiddellyk vloeyen , wringt Hy zich in veelerlye bogten, om onze neiging tot eigen welzyn te billyken, als waar door wy dan bckwaamermogtcn worden , om het geluk van anderen te bevorderen! En zoo dra wil hy niet dc Liefde jegens God aan-

pry-