Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao H ET BELA N G. -

Eduard niets is na den vond eener julia! —

Ach, mijn Vriend! deeze julia zal ik

nooit als mijne Echtgenoote aan deezen boezem drukken — nimmer zal zij aan mijne

borst vernachten. o Gij! die alk uwe

fchepfelen poogt gelukkig te maken, Bron van alle Liefde ! — Gij boodt mij het edelst gefebenk aan ——- reeds nadert mijne van dankbaarheid bevende hand tot u «—~— ach! een ongevoelig Natuurgenoot ontrukt mij op eens

alles! — en wie is die ontmenschte llerve*

ling? de Vader mijner julia — een

Vader, die zulk eene dochter niet waardig is. Hoe ! hij kent de tederheid van haar hart —haare gevoelvolle ziel en poogt haar ge¬

luk aan aardfehê grootheid opteofferen ? . julia eenen Echtgenoot kiezen, die zich door nie's dan verachtlijk goud aanbeveelt! — Neen, wreede Vader! -— Gij kunt mijnen weg met doornen bezaaien julia eer¬

biedigt, zelfs in een onmenfchelijk bevel, den-

oorfprongvan haar leven nimmer, ach!

nimmer fchenkt zif mij haare hand als gade ! — dan , verwacht ook niet dat die hand zich ann eenig fterveling geeft, dien zij niet gelukkig zou maken — en , wie kan zij dit doen dan

Sluiten