Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abraham blankaart. 3$

uiteen ontftaat, om dat ik, tegen u gezegd, zo familiair met Gods lieve Woord ben, als gy mei uwe Claslique Autbcuren ; zonder dat men ü voor een pedanten Vent kan houden.

Ik zal u dan maar eens iet gaan vertelleii, ért dat wel wat heel goed nieuws ; van de Bekeering , meen ik, en die my raakt. Maar niet van die van Nieuwkerk; weg, weg, die was my te ongeftuimig; hier was te veel van den luijen duivel ondergeraengd; neen, van eene Bekeering j die zo ftilletjes begonnen , en zo zagtjes voortgegaan , als overvloedig in goede werken is, als of zy door Johannes zelf, den vriendelyken Apostel, was uitgewerkt.

Gelieft dan te weeten, dat ik daar zo Vati dé week eens in myn hoofd kreeg, om myne vroome Vriendin Styntje te gaan, bezoekenIk ging 'er zo al peinzend en overleggend naar toe; maar ongelukkig was zy uitgegaan; dus moest ik my met Tante Holland behelpen. Ik vroeg, toen ik in de Zydkamer trad, waar of de braave Vrouw heen was. ,, Wel, zei Tante, Myn Heef, die is ■5, een ziek huishouden gaan bezoeken, om'er Wat verkwikkelyks heen te brengen"'. — Dat doet

•„ my deugd;" zei ik; en ik ging zitten. >

„ Zanneke, zei ik, als de Heere komt, zal hy 5, Styntje niet alleen waakend , maar ook werkend ti vinden; maar kind , je moet je ook eens vertreeden, en in 't lieve Zonnetje wat wandelen, dat ii. peel. C » ia

Sluiten