Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J6j8 BRIftVEN VAM

de proef te dellen, cn hetrt , ongemerkt voor aride» ren, te vernederen. Vraagt hy my iet, ik hoof noch zie hem , quafie, en verdubbel myne praatagtigheid omtrent anderen. Dat voelt hy terdeeg: dit was ook dc reden, waarom ik dit doe ; ja, ik geloof, dat hy my al eens by de Oud vaders gcwenscht heeft. O, ik kan my dikwyls zo blind en doof houden , dat het Jongetje raazend zou worden, zo het durfde; doch dan lach ik hem uit, cn toon, hoe weinig hy beteekent.

Toen hy hier een dag of agt gewoond had, hoof ik op een morgen : Picter! Pietcr! " nog eens met drift en misnoegen: ,, Pieter!" 't Was onze jonge Heer, die de beleefdheid had, om myn knegt effectif, (want ouwe Jan is, wectgy, Emeritus Lyf knegt, ) die beneden aan zyne zaakeu was, te roepen ; en waar toe , denkt gy ? om hem Zyn hoed uit de eetzaal te brengen. *=* ,» Wat ,, moest Pieter?" vroeg ik. — ,, Myn Heer, myn Heer, ik. . . . ik. . . . Pieter zou myn „ hoed brengen." — ., Pieter, (riep ik,) ga eens naar myn Chirurgyn ; onze jonge Heer heeft „ alle beide zyne beenen gebrooken, arme Jou» ,, gen! . . . Hy kan niet van boven komen." — Pieter begreep my , en myn Heer uW Zoon ook ; hy toonde my terflond, dat hy geen Chirurgyn noodig had, en haalde zyn hoed als eert Heer. En zulke grapjes had ik 'er by menigte; alleen uk trotschheid, en niet, om dat hy lui of vadzig is „

neen,

Sluiten