is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van Abraham Blankaart.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23» BRIEVEN VAN

eiland Patmos , met den' lieven Johannes een uitvklgtje neemen, en zie daar in den geest het nieuwe Jeruzalem: wel myne vriendin, dan ben ik ao in myn knopjes, als ik dan zo onder alle die zaligen roucikaai , en eene fchaarc zie die niemand tellen ka:;: wel God dank ! zeg ik dan, in my zclven; alle deezen zyn in behouden haven; en ontfhapt aan alle wisjewasjes en verzoekingen, die ons hier , zo al van tyd tot tyd, voorkomen: en als ik dan weêr by my zclven t' huis kom, zeg ik: wel nu Abraham Blankaart, myn vriend, nu weet gy uw'pligt zo lang gy op deeze wereld wat te bedisfelen hebt; werf maar inwooners voor het hcmclsch vaderland; cn dan is myn gemoed zo vol, dat ik myne jonge lui ga bezoeken, en voor al jonge vrouwen en meisjes ; want van haar hangt tog by 't lluitcn van de negotie alles af: het zyn immers cle geenen aan wie de opvoeding voornaamlyk is aanbevolen; want wy mannen mogen er zo wat over fchryven en wryvcn , 't zyn tog de vrouwen die het werkje verrichten.

De tyd die ik zo voor my zclven met ruimte mag gebruiken , verdeel ik tusfehen leezen, deuken , en over het gelezcne en gedagte met myne vrienden te praaten; die God vreezen en met dat all' ook gezond oordeel cn ecnigen fmaak hebben; dit gezelfchap is thans best voor my gefchikt: zo dat alle invallen die ik zo kryg, onder het leezen van Gods heilig en ons alleen ter zaligheid leidend

Woord,