is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van Abraham Blankaart.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232 » R I E V Ê N V A N

en daar werd ik regt treurig over , dat de menleken zo verre van Gods goed' oogmerk afwyken: wel, dagt ik, zou God, die al dit getwist cn gekyf zeker voorzien heeft, dat.cr gaans zoude raaken over den waaïen zin zyn woords, dit gemaal niet hebben kunnen beletten? zou Hy, als ik het vraagen mag, ons niet een veel kleiner, klaarder, eenvoudiger Euangelie hebben kunnen laatcu overbrengen , waaromtrent zo veel niet tc verlchillen ofte praaten viel? had Hy die Blyde Boodfchap niet wat korter kunnen maaken, op dat de knegten die deeze boodfchap deeden , cn nog doen, dezelve wat netter hadden kunnen overbrengen; en zy niet, door hunne overbrenging, eene geheel andere zaak behelsde, als die welke de goede God ons liet aanzeggen?

Wel vriendin komt u dit zo raar voor? luister dan bid ik u, hoe ik het goedmaak: eene blyde b lödföhap, die, zo als dc Engelen aan de Herders verhaalden, vooralle volkenwcezen zoude, behoorde immers door alle volken verftaan te worden ? dat fpreckt van zelf: maar dan vraag ik, hoe wildet gy het dan eigenlyk hebben Abraham Blankaart? wel, als de goede God, die tog weet welke misfelyke weerbarstige creatuuren wy menfehen zyn, die eeuwig en ervelyk kuoopen in de biezen zoeken, en overal wfttOp te vitten hebben, ons cens had laatenboodfchappen:

„ Al die op de wonderen, en het volmaakt goed

'■>•> ze-