Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

&I E T EMILIA.' 2^

het ryfc der Tovergodinnen voert, dan mishaagt het u, Moeder ?

MOEDER.

Ik bemin dit verblyf minder dan een ander, om dat ik geloof, dat men daar veel eerder kan verdvvaalen, ja zich bederven; en zo ik my al niet tegen de gekheden aanftel, zo heb ik echter een rede te meer, om my tegen de buitenfpoorigheden te verklaaren. Ik, die niet verre zien kan, vind meer behagen in een Veld, dat bepaald wordt door eene zedelyke bedoeling; en dat de invallen der Menfchen zich uitoefFenen in de naarbootzing der natuur, die hun onuitputbaare fchatten aanbied ; in plaats dat zy zich in het harfenfchimmige verliezen, daar ook onnoemlyke rykdommen gevonden worden, doch die fmaakeloos, en kla-* tergoudagtig zyn.

EMILIA,

Maar zo de Dichtluim hen daar tegen hunnen zin aan heenen leidt?

MOEDER.

Vermids gy daar eene Gouvernante van gemaakt hebt, zo moet gy u herinneren, dat, hoewel zy . niet zeer regelmaatig wandelt, zy echter niet geheel dwaas is.

EMILIA.

Ik verfta u. Zy heeft op haare manier haar» bcginzels,

B 5 MOE-

Sluiten