Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de Nederlanders. vii

gelezen heeft, zal dit gereedelijk erkennen; zal het volvaardig toeftaan , dat de Geneeffche Wijsgeer onder de grootfte vernuften zijner, en zelfs van veele voorige eeuwen gewis in geen van de laagfte rangen verdiene geplaatst te worden ja, hij zal dit erkennen, en tevens zich zelf met geene geringe verbaasdheid vragen: — M hoe is het mogelijk, dat Ne„ der/and, de werken van dezen grooten „ ma m nog niet in zijne moederfpraake bc„ zit!..." Ja, duizend . . . duizend maa¬

ien is deze vraag reeds bij mij opgeflegen;

doch wat ik hier op zoude antwoorden

dit was het, waar omtrent ik mij geftadig in geene geringe verlegenheid bevond. —■ Zou het ook eene uitwerking der dweeperij, en van een verachtenswaardig bijgeloof wezen, waar door men van het leveren eener Néderduitfche vertaaling van deze fchriften tot nog toe geftadig werd afgefchrikt, en te rug gehouden ?

Dit denk ... dit geloove ik niet zo

dwaas, zo dom, en dweepziek, zijn immers de * 4 Ne-

Sluiten