Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE-EESGHÈ.YVINÖ. $t

dan ongeraaden het fchryven van den prins erfftadhouder onbeantwoord te laaten. Offchoon het verzoek haarer burgeren, in den grond van de zaak, ten volle ingewilligd was, kon het haar nogtans nietonverfchillig weezen, op hdedaanige wyzö men goedvond hetzelve in te willigenHet was 'er , huns oordeels, wel verre vandaan, dat alle debefchuldigingentegen den heer van Goens louter opgeraapte betigtingen waren, waarvan gecne door genoegzaame bewyzen te ftaaven was. Des fchreeven burgemeesters en regeerders der ftad Utrecht aan zyne hoogheid op^den zesden van wynmaand daaraanvolgende , dat Mr. R. M- van Goens, in denjaare 17 81, fchepen zynde , geene zwaarigheid gemaakt 1nad, om, in het byzyn en ten aanhooren van allen die toen in het gerecht tegenwoordig waren, openlyk te ontvouwen de flinkfche wyze, op welke hy getragt had eenen boekverkoper, burger der ftad, in de uiterfte ongelegenheid te brengen , door te gelyk de rol van verleider, verklikker, aanklaagcr en rechter te fpeeIcn; eene daad, welke de vroedfehap zo

zeer

1783»

Sluiten