Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1.784

ZÓZ VADERLANDSCHE

begreep, dat, daar zodaanige medewer. king ophield,1 de natuurlyke vryheid ter bepaaling van de tollen geboeid bleef, en dat Karei VI., van dien tyd af, volftrekt geene andere grenzen dan de oude van 1664 had behoeven te erkennen; daartoe beweerde Hoogsdezelve dat ook gediend hadden de onderhandelingen te Antwerpen gehouden, volgens het vyf de art: van 't verdrag, te Weenen gefloten op den 16 Maart 1731 , waar mede Hunne Hoog Mogende zich hadden veréénigd op den 20 February 1732, en te Brusfel 1752; Eindclyk maakte zyne Keizerlyke Majefteit hier uit dit befiuit op, dat, daar van de zyde der Republiek aan de voorwaarde niet was bewilligd, ook alle de verpligtingen, door Karei den VI. ten opzigte van dit Gemeenebest gemaakt, vervielen : 'Er waren, volgens zyne Majefteits gedagte, geene redenen om te beweerenof onderzoeken hoe die voor altoos vernietigde verbintenisfen te doen herlceven; cn dewyl het voorwerp in het recht Van de zaak ophield, konde het verbond Van 1715, voor alles wat de barrière aai -

ging,

Sluiten