is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190 I. hoofdd. Oude gefchiedenis, vin. boek.

Daeda. tvs, een Grieksch kiinftenaar.

zoo heeft naderhand de fabel van hem verdicht , dat hij , door de lieflijkheid zijner toonkunst , leeuwen en tijgers tam maakte. Hij deed nog meer tot der Grieken onderrichting. Om hen eerbied voor den Godsdienst inteboezemen, voerde hij geheime plegtigheden van denzelven in , waartoe zij alleen toegang hadden, die wel waren voorbereid. Hij leerde hen de onfterflijkheid der ziel en de zekerheid der belooningen en draden in een volgend leeven, om hen in het tegenwoordige deste meer ter deugd aantefpooren. Ook was hij een der eerden onder de Grieken , die de krachten der kruiden kende, en iets van de geneeskunde verftond. Anderen, die gelijktijdig, of kort na Orpheus in Griekenland leefden, waren in de zelfde konden geoefend. Over het geheel was het eerde onderwijs, dat men daar en bij andere Volken in de natuurkunde, in den dienst der vermeende Goden en ook in andere weetenfchappen gaf, in liederen vervat ; want deeze konde een ieder gemaklijk in zijn geheugen bewaaren, daar hij ze dik-v wijls tot zijn vermaak al zingende herhaalde.

XI. Zinlijkheid, behoefte en nuttigheid hadden de beide fraaije kunden , de Poëzij en de Muzij'k , deels , leeren uitvinden ; deels , vlijtig bearbeiden. Zoo ging het bij de Grieken ook met andere kunden , die met de zoo even genoemde zijn verbonden, dat is: waardoor-de verbeeldingkracht en de Weetenfchappen eene oog- of oor - behaagen-

de