Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448 ï. hoöfdd. Oude gefchiedenis. ix boek»

en der oude wereldgefchiedenisin het algemeen.

hun vaderland agterlieten. Echter keer" men maar zeldzaam en half gedwongen tot de herinnering van hun leeven terug. Doch men zal niet moede worden van het lezen en bij herhaaling herlezen van het leeven van den ouden Africaanschen Scipio , niet moede worden om den geest van den jongen Cato en de gefchriften van Cicero te beoefenen, zoo lang waare grootheid , algemeen nuttige weetenfehap , wijsheid en deugd bij belchaafde Volken iets gelden zullen;

XLI. En hier zijn wij ook aan het einde der oude wereldgefchiedenis, of der gefchiedenis van bijna vierduizend jaaren , binnen welken vóór de geboorte van Christus menfchen geleefd hebben. Dit zoo lange tijdperk,heeft ons, echter, maar alleen mee die menfchen bekend gemaakt, die in de zuidlijke deelen van Europa, in de wefllijke en zuidlijke oorden van Afië, en in het noorden van Africa woonden, 't Geen dé menfchen toenmaals in de overige landen der wereld gedaan, hebben , daarvan hebben wij of in 't geheel geene , of zoo weinige en onbeduidende berichten , dat zij niet vëel ter onzer leering opleveren. Aan Duitschland werd bijna nog niet gedacht ; uitgenomen bij gelegenheid van eenige oorlogen, welken de Romeinen tegen Duitfche Volken voerden. Maar deezen, zoo wel als de meeste overige Volken , die in deezen tijd onbekend bleeven , waren ook niet in daat, om de opmerkzaamheid der wereld tot zich te trekken, wijl hunne zeden'

Sluiten