is toegevoegd aan je favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Romeinen, i afd. 30.3

komende wereld heeft weten te verheffen. Doch ook hij is gelukzalig, die de Goden op het land mag verëeren. Hij belacht de aardfche grootheid, welke zijn gemoed nimmer kon buigen. Twist en oorlog ontrusten bem niet. Geen nooddruftige wekt zijn medelijden, geen rijke zijnen nijd. Blijmoedig oogst hij de vruchten, welke de willige akkers en boomen hem van zeiven aanbieden. En, terwijl anderen gevaarlijke zeetogten onderneemen; óf den dood op het flagveld te gemoet ijlen; óf in koninglijke hoven dringen ; óf op puinhoopen van fteden en op lijken van arme burgers verganglijke koningrijken trachten te vestigen, om uit een fchaai van edel gefteente te drinken en op Tijrisch purper te flaapen ; óf hunne begraven goudboopen angftig met hun ligchaam bedekken; óf zich binnen Rome laten bedwelmen door de onverdiende toejuiching der meenigte ; óf zich vermaaken •, fchoon met het bloed hunner broederen bevlekt; óf huis en hof verlaaten, om in ballingfchap, in vreemde gewesten, een ander vaderland te zoeken: zet de landman zijnen nuttigen arbeid in ftilte voord, waarvan hij, het gantfche jaar, zijn huisgezin en kleine kinders , zijne osfen en afgewerkte runders onderhoudt, en ook in den winter de aangenaamfte belooningen geniet. In 't kort, hij leeft, gelijk de menfehen in de vroeger dagen der onfchuld geleefd hebben" (*). Met zoo veele inneemende

kunst

(*) Wij hebben de vrijheid gebruikt om deeze

plaats