is toegevoegd aan je favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn heldendicht ovet de braave voorvaders der Romeinen.

304 II. hoofdd. Nieuwe gefchieden. 111 boék.

kunst leert Virgilius in dit gedicht den akkerbouw, de boorakweekerij, en bijzonderlijk den wijnbouw, de vee- paarden- en bijenteelt. Oordeelt nu zeiven , of zulk een leeraar niet nog heden alle opmerkzaamheid en goedkeuring werdiene, zelfs van hun, die den landbouw niet voorneemens zijn te beoefenen.

XXXIV. Echter zijn deeze beide gedichten van Virgilius , waarvan het eene het eerste van die foort was onder de Romeinen, flechts van eenen min belangrijken aart, wanneer men ze bij zijn Heldendicht over Aeneas vergelijkt. In het begin der oudfte Romeinfche gefchiedenis hebt gij reeds gezien, hoe deeze Trojaanfche vorst, na den ondergang van zijne vaderftad, een Rijk gedicht lieeft in Italië, waaruit naderhand het Romeinfche ontftaan is, gelijk ook de eerfte koning van Rome tot zijn geflacht behoorde; en hoe deeze ftamvader der Romeinen, na veeljaarige reizen, moeijelijkheden en gevaaren, zijn Rijk, ten laatsten, gegrondvest heeft: dit is door Virgilius in dit gedicht befchreeven. Deeze onderneeming was reeds op zich zeiven iets groots, en voor de Romeinen ten uiterften belangrijk', doch de uitvoering werd, door de kunst van den dichter,

plaats1 (Geörg. II. Vers. 458O eenigzins breedvoeriger , fchoon niet minder vrij dan de fchrijver, tc volgen, waardoor wij gewislijk onzen leezeren geen ondienst zullen gedaan hebben.

De Vtrtaakr.