Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hun Gods dienst.

474 II. hoofdd. Nieuwe gefchièden.vi eoek.

men,) ziet men fpooren van verwarringen en verwoestingen, geheele ftreeken ontbloot van bewooners, en den landbouw in een aanmerklijk verval. De groote woestenijen , waardoor hun Rijk van alle nabuuren wordt afgezonderd , zijn, wel is waar, ten deele ontftaan uit de gewoonte der Oosterlingen, om bij den inval van een vijandlijk leger uitgebreide ftreeken van hun eigen Land te verwoesten, opdat de vijand daarin geene leevensmiddelen mogt vinden. Doch deeze en veele andere dorre en onvruchtbaare oorden des Perfifchen Rijks zijn, echter, voornaamlijk toetefchrijven aan de verminderde nijverheid der inwooneren. De natuur, dat is, de natuurlijke gefchenken van God, verminderen noch verliezen hunne inwendige waarde; en het is flechts de fchuld der menfehen, dat het oude, doorgaands voortreflijk bebouwde Perfië, tot zulk eenen half woesten ftaat is verzonken. Ook heeft de Godsdienst der Perfen tusfchen hen en de nabuurige Turken vijandfehap en veelvuldige oorlogen tot op onzen tijd onderhouden. Schoon zij het geloof van Muhamed zijn toegedaan, behooren zij, echter, tot eene andere partij dan de Arabieren, Turken, Tataaren en Africaanfche Muhamedaanen. Alle deeze Volken neemen, behalven den Koran , nog eene verzameling aan van mondlijk voordgeplante Godsdienftige begrippen, de Sonna, of Sunna naamlijk, waarnaar zij Sonniten, of Sunititen heeten. De Perfen, daarentegen, ver-

wer-

Sluiten