Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Perfen. 475

werpen niet alleen deeze verzameling, maathouden ook {taande, dat Au de rechte en onmiddenlijke Kalif of opvolger van Muhamed geweest is, terwijl de andere Volken' Abubeker daarvoor erkennen. Uit dien hoofde noemen zij de Perfen Schceten, of afgezonderden. De haat, hierdoor tusfchen de Turken en Perfen gereezen , gaat zoo verre, dat de eerden voornaamlijk aan de laatften ten deele de rechten der burgerlijke

maatfehappij ontzeggen. Het valt zeer

moeijelijk, uit hoofde van zulk eene verwijdering, waarin de Oosterfche Volken leeven, en van de verfcheidenheid, welke men ten deezen aanzien in dc berichten der reizigers aantreft, die in deeze Landen geweest zijn, zich een algemeen, en, echter, naauwkeurig denkbeeld te vormen van den toeftand dier Volken. Doch dit lijdt geen twijfel, dat de Perfen federt lang reeds in eene flaaffche onderdrukking leeven,. waarvan de oude bewooners dier Landen vrij , en juist daarom deste gelukkiger waren. Een der koningen van het tweede Perfifche Rijk , die in de zesde eeuw regeerde, Kosroes de Tweede, of Anuschirwan, (dat is, de grootmoedige,) onder welken laatften naam hij in gantsch Afië beroemd was, gaf éénmaal een uitneemend voorbeeld van minzaam- en billijkheid van vorften jegens hunne onderdaanen. Na eene gehoudene jagt fpijsde hij ter zelfder plaatfe, waar zij geëindigd was. Daar hij nu geen zout op den disch had ,

zond

Onderfcheid tusfchen de oude en tegen woord ige Perfijcke regeering.

Sluiten