Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Duitfchers. VII Tijdvak. 475

welke boven alle nieuwere rij'k en nadruk- _ lijk is; dat zij wel eenige, haar inzonderheid 'y eigene, hardheid heeft; doch buigzaam ge-' noeg kan gemaakt worden, om voor alle 1 onderwerpen en bedoelingen gefchikt te zijn; en dat deeze zelfde taal voor de dichtkunst veel gepaster is dan de Franfche, welke bijna telkens in gedichten de wetten der voetmaat overtreedt. Genoeg, dit-fchandelijk vooroordeel, door Duitfchers zei ven tegen hunne moedertaal gekoesterd, hield haar, en met dezelve de vaderlandfche welfprekendheid en dichtkunst, nog eenigzins langer van haare rijpheid terug. Zelfs zoo verre ging deeze uitfpoorigheid , dat de meest gewoone Duitfche woorden in het gemeene leeven zonder eenige reden met Franfche werden verwisfeld, als waren deeze veel edeler en krachtiger. De eerlijke Duitfche naamen van vrouw ,en jongvrouw, welken ook vorstlijke vrouwen plagten te dragen, fcheenen zoo verhéven niet als madame en mademoifelle , welke niet alleen niet het allerminfte méér aanduiden dan gene, maar ook eigenlijk flechts verbasterde Latijnfche woorden zijn. Nog heden wacht men zich van een geel of flrookleurig kleed te fpreken, terwijl paitte in de meefte ooren veel aangenaamer klinkt. Dikwijls gaven Duitfche ouders hunnen kinderen Franfche naamen. Men fchreef de opfchriften van Duitfche brieven in het Fransch; men kleedde de breedvoerige titelzucht der Duitfchers in de Franfche taal,

wel-

Van het iar 1648 3t 1787 ia de geb ran C.

Sluiten