Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

476 II hoofdd. Nieuwe gefchieden. vm boek.

Van het jaar 1648 tot 1787 na de gel van C.

fen op de

'seden.

welke, echter, tot haaren lof, zeer kort in titels is; en zelfs in boeken werd de Duit.fche'taal zoo vermengd en met Franfche woorden als overladen, dat haare vijanden niets meer ter haarer vervalfching zouden hebben kunnen doen. Alle deeze zwakheden, onder welke ook laagheden waren, moesten de Duitfchers in vreemde oogen, en vooral -in die der Franfchen, eene zonderlinge vertooning doen maaken; doch voor hun zeiven waren zij deste nadeeliger.

XII. Ook in hunne zeden en gehele gemoedsgefteltenis vertoonden zich weldra verfcheidene nadeelige gevolgen deezer veranr dering. Veele Duitfchers wilden nu niet langer plomp en onhoflijk zijn, doch gewenden zich onmerkbaar om meer of minder te zeggen dan zij wezenlijk dachten, alleenlijk om niemand te beleedigen; beuzelden dikwijls, waar zij met overleg handelen moesten ; en gedroegen zich in beuzelingen als in zaaken van het grootfte belang. Met de beleefde fpreekwijzen, met de ongelukkige woorden, compliment, politesfe , galanterie , en meer dergelijke, werden veel ijdel gefnaps, veinzerij , en zekere vaardigheid om met deugden en ondeugden , ja met alles in de wereld te fpeelen en te fchertfen, onder de Duitfchers algemeen. Sints dien tijd vindt men overal onder hen de onderdaanigfle en gehoorzaamde dienaars bij meenigte, en zijn de belachelijkfte omhelzingen en ligtvaardigfte verzekeringen van hartlijke vriendfchap en dienstvaardig-

Sluiten